Eastleigh Community Centre (Kenia)

 

 

The Eastleigh Community Centre (ECC), gelegen in een buitenwijk van Nairobi, is een organisatie die in de eerste plaats een sociale functie vervult. De later opgerichte pottenbakkerij is vooralsnog klein, maar het aantal klanten op de binnenlandse, en sinds kort ook de buitenlandse markt, neemt toe. De Fair Trade Organisatie is sinds 1993 afnemer van koffiemokken naar traditioneel Afrikaans ontwerp.

 

 

1 De context

 

In november 1991 werd de Westerse hulp aan de regering van Kenia gestopt. De Westerse landen eisten vrije verkiezingen en een meer-partijenstelsel. President Moi noemde het eenpartijenstelsel echter 'een typische Afrikaanse vorm van democratie'. In zijn ogen zou een meerpartijenstelsel juist tribalisme aanwakkeren. Het stoppen van de buitenlandse hulp resulteerde in een snel verslechterende situatie, zowel sociaal-economisch als politiek.

 

 

2 De partner

 

2.1 Geschiedenis

Evangelisatie van in Nairobi wonende Aziaten was de drijfveer om in 1959 een sociaal centrum op te richten in Eastleigh. Dit deel van de stad werd in die tijd voornamelijk bewoond door christelijke Aziaten, die tot de lagere sociale klassen behoren. Na de onafhankelijkheid van Kenia in 1963 verlieten vele Aziaten het land. Afrikanen, afkomstig van het platteland, namen de door het vertrek van Aziaten vrijgekomen plaatsen in Nairobi in. 

De nieuw gearriveerde bewoners kwamen vooral af op de werkgelegenheid in de stad. Niet iedereen slaagde er daadwerkelijk in om een baan te bemachtigen. Geen inkomsten in de hoofdstad van Kenia betekent automatisch dat men overgeleverd is aan de sloppenwijken in Mathare Valley, waar je maar moet zien hoe je je kostje bij elkaar scharrelt. 

De Presbyterian Church of East Africa (PCEA), in 1968 de nieuwe beheerders van het Eastleigh Community Centre, wilde de situatie van deze bevolking verbeteren door het leveren van medische en onderwijskundige voorzieningen. Sociale werkers werden ingezet en er werden verschillende werkprojecten opgezet die de bewoners een inkomen opleveren. 

Eén van deze initiatieven is een pottenbakkerij. Sinds 1978 krijgt een aantal mensen uit de sloppenwijken hier een training om zich het pottenbakkersvak eigen te maken. Het lag in de bedoeling van de organisatie om leerlingen na een paar jaar training een beginkapitaal te verschaffen zodat zij een eigen bedrijfje konden beginnen. Zover is het echter nooit gekomen. Grootste struikelblok hierbij was het gebrek aan geld: investeringen in gereedschap bleken te hoog te zijn. Bovendien was gebrek aan ruimte in Mathare Valley een ander beperkende factor.

Het nieuwe beleid is gebaseerd op uitbreiding van de pottenbakkerij en het aantal werknemers.

 

2.2 Organisatie en activiteiten

In pottenbakkerij Jitegemea (Swahili voor 'vertrouw op jezelf') werken bewoners van de sloppenwijken in Mathare Valley. Vooral ouderen en alleenstaande moeders vormen de doelgroep van ECC. Zij maken de kleinste kans op de arbeidsmarkt. 

Naast de pottenbakkerij heeft ECC nog een andere inkomensgenererende activiteit opgezet: het weven van stoffen en het naaien van school-uniformen. En ECC is de initiatiefnemer van een school in de sloppenwijk. De organisatie heeft er ook voor gezorgd dat sociaal-werkers zich begeven onder de arme bevolking om hulp en ondersteuning te bieden.

Elke maand hebben managers van ECC een vergadering met de producenten. Hier wordt het beleid besproken, waarbij een ieder inspraak heeft. Belangrijke onderwerpen van gesprek zijn produktverbetering en -ontwikkeling. Hiervoor is via de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV een keramiekspecialist en -ontwerper aangetrokken. Zijn doel is te komen tot verbetering van het produktieproces en het leveren van ideeën voor nieuwe ontwerpen.

 

 

3 De producenten en hun produkten

 

De producenten. In de werkplaats werken tien mensen: acht mannen en twee vrouwen. Beide vrouwen zijn alleenstaande moeders. De werkzaamheden variëren van boetseren op de draaischijf tot decoreren. Hoewel de vrouwen het boetseren ook beheersen, specialiseren zij zich in decoratie van keramiek. Om tweehonderd mokken te vervaardigen heeft men twee weken tijd nodig. 

Er is een manager aangesteld en een 'supervisor produktie'. Zij zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de pottenbakkerij. Iedereen werkt gedurende vijf dagen per week acht uur per dag en heeft per jaar recht op 21 vakantiedagen. De werknemers ontvangen een basisuurloon, wat bijzonder is in Kenia. 

De pottenbakkerij vormt voor de werknemers de belangrijkste bron van bestaan. Aspirant-leerlingen krijgen een gedegen opleiding die enkele jaren duurt. Jitegemea staat dan ook garant voor de hoge kwaliteit van haar produkten. 

De werkplaats is klein en, ondanks de lekken hier en daar in uit metaal opgetrokken muren en dak, voldoet de ruimte om in te werken. Zeker gezien de maatstaven waar men mee meet voor behuizingen in Eastleigh en Mathare Valley.

 

Koffiemok. Traditionele Afrikaanse zigzag- en lijnpatronen vormen het design van de koffiemokken. De aardewerken bekers zijn uitgevoerd in verschillende warme aardekleuren. Er wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit: door de mokken te bakken op zeer hoge temperaturen, zijn het glazuur en de decoraties bestand tegen jarenlange wasbeurten in de afwasmachine. 

De produkten worden geheel met de hand gemaakt. De gebruikte klei is door de pottenbakkers zelf uit lokale grondstoffen geprepareerd. Een of twee keer per jaar wordt ruwe klei in de heuvels rondom Nyeri (nabij Mount Kenia) opgegraven. Deze wordt met een aantal mineralen gemengd. Ook deze zijn afkomstig uit de omgeving. 

De Fair Trade Organisatie heeft het voorrecht zich de eerste buitenlandse klant van de koffiemokken van de pottenbakkerij te mogen noemen. Vóór die tijd werd het keramiek voornamelijk aan lokale hotels, restaurants en exclusieve handnijverheidwinkels geleverd. 

 

 

4 Milieu

 

Zoals hierboven reeds vermeld, zijn de mokken gemaakt van ruwe klei, vermengd met een aantal mineralen die in de omgeving worden gedolven. De uiteindelijke klei is gifvrij en de winning ervan veroorzaakt geen vervuiling of erosie van het landschap