KOFFIE

Bayankole Kweterana Co-operative Union Ltd. (Uganda)

en

Masaka Co-operative Union Ltd. (Uganda)

De Fair Trade Organisatie werkt samen met de unies van coöperaties Bayankole Kweterana Co-operative Union Ltd. (BKCU) en Masaka Co-operative Union Ltd. (MCU) voor de afname van Robusta-koffie. De coöperaties van BKCU liggen in de districten Mbarara en Bushenyi, die van MCU in Masaka, Rakai en de eilanden in het Victoria-meer. Via hun exportorganisatie UNEX wordt de koffie sinds 1992 naar Nederland geëxporteerd.

Produkt: Robusta-koffie in:

Café Campesino

Residentie

Principal automatenkoffie

Residentiekoffie

1 De context

Uganda is een van de leidende koffie-exporterende landen in Afrika. Robusta-koffie wordt er van oudsher verbouwd. Het land is in toenemende mate afhankelijk van de koffie-export geworden: koffie bedraagt 75% tot 95% van de totale inkomsten uit export. Dit houdt in dat het grootste deel ( 70 %) van de beroepsbevolking werkzaam is in de koffieteelt en -handel. Duizenden boeren verbouwen (naast voedselgewassen) koffie op kleine stukken land, shamba's genaamd. Het grondbezit omvat vaak niet meer dan twee hectare. Kolonisten hebben hier nooit pogingen ondernomen om plantages aan te leggen.

Sinds 1990 is het mogelijk om koffie buiten de staat om te exporteren. De Fair Trade Organisatie kan daardoor koffie van kleine koffieboeren betrekken via de exportorganisatie UNEX (Union Export Services). Deze organisatie opereert naast het staatsbedrijf CMB (Coffee Marketing Board) op de Ugandese koffiemarkt. UNEX behartigt de belangen van vier unies van coöperaties, waaronder BKCU en MCU. De staat heeft een exportvergunning aan de unies verleend om de koffieproduktie te verbeteren en te verhogen. Door het mislukken van een koffie-akkoord in 1989 was de prijs van koffie op de wereldmarkt gedaald tot een dusdanig laag peil, dat boeren gingen bezuinigingen op de koffieteelt. Hierdoor namen de produktie en de kwaliteit af. Door vrijlating van de export beoogt men de koffieproduktie kwantitatief en kwalitatief op te krikken. UNEX exporteert nu 20% van de koffie-uitvoer. Men hoopt elk jaar het aandeel een beetje te vergroten.

De Fair Trade Organisatie is een belangrijke handelsrelatie met BKCU en MCU aangegaan. De unies leveren een aanzienlijk deel ( 50 %) van de Robusta-koffie voor het koffie-assortiment van de Fair Trade Organisatie.

2 De partner

2.1 Geschiedenis

Het bestaan van koffie-coöperaties is geen nieuw verschijnsel in Uganda. Ze komen al voor sinds 1913, als reactie op de praktijken van tussenhandelaren van voornamelijk Indiase oorsprong. De goed georganiseerde coöperaties dienden, na het onafhankelijk worden van Uganda in 1962, als intermediair voor de regering. In de jaren zeventig stortte onder het bewind van Idi Amin de coöperatieve beweging in. Na zijn val in 1980, bloeiden coöperaties, tegelijk met de economie, weer op.

In 1990 verkregen vier unies van coöperaties, onder andere BKCU en MCU, een vergunning om koffie te exporteren. Echter het ontbrak hen aan marketing- en managementervaring. Hiervoor werd de organisatie UNEX opgezet. UNEX verzorgt alle verhandelingen op het gebied van de export en onderhoudt de contacten met de afnemers. De organisatie verkoopt zelf geen koffie maar is een dienstverlenende instantie voor de aangesloten unies. De prijs die BKCU en MCU voor de geleverde diensten moeten betalen is erg laag in vergelijking met het tarief dat het staatsbedrijf CMB berekent.

2.2 Organisatie en activiteiten

BKCU werd in 1957 opgericht. Haar doel was het uitschakelen van de tussenhandel. Kleine boeren werden gedwongen tegen lage prijzen hun koffie aan tussenpersonen te verkopen. BKCU wilde dit uitbuiten van boeren tegengaan. Vijftien coöperaties die hetzelfde doel nastreefden sloten zich bij de unie aan. Heden ten dage maken 430 coöperaties deel uit van BKCU. Dit betekent dat 280.000 mensen zijn betrokken bij de activiteiten van de organisatie. BKCU is actief in twee districten: Mbarara en Bushenyi, gelegen in het uiterste zuiden van Uganda.

Voor de verwerking van koffie kunnen leden gebruik maken van één van de vijf door BKCU beheerde fabrieken. Daarnaast verzorgt BKCU onder andere het transport en de verpakking van koffie. Met onderwijs- en trainingprogramma's wordt het opleidingsniveau verhoogd. In totaal zijn 200 vaste en 100 tijdelijke krachten voor BKCU werkzaam.

Het bestuur van BKCU bestaat uit negen leden. Zij komen iedere maand bij elkaar. Elk jaar worden drie nieuwe leden gekozen. Aan het eind van het financiële jaar wordt een algemene ledenvergadering belegd.

MCU werd opgericht in 1952. Echter sommige groepen bestonden al in de eerste jaren van deze eeuw. Naast koffie worden katoen en andere gewassen verbouwd. Koffie is het belangrijkste produkt. MCU heeft ongeveer dezelfde organisatiestructuur als BKCU en voorziet in dezelfde voorzieningen. Haar activiteiten vinden plaats in drie districten in het zuiden van Uganda: Masaka, Rakai en Kalanga. In 1954 werd de eerste koffieverwerkende fabriek gebouwd. In de jaren zestig volgde een tweede. Later werden nog vier fabrieken van Aziatische ondernemingen overgenomen.

Om niet te afhankelijk van koffie te worden, heeft MCU zich gericht op andere agrarische produkten. Zo beschikt de organisatie over drie veehouderijen, een theeplantage en een ananasfabriek.

Het grootste probleem waarmee MCU nu kampt is dat er te weinig koffieleveranciers zijn om de verwerking rendabel te houden. Er zijn namelijk veel particuliere opkopers actief, nu de koffie als gevolg van de gestegen prijzen weer interessant voor ze is.

3 De producenten en hun produkt

Koffieprijzen. Op de shamba's vormt koffie vaak de enige bron van inkomsten. BKCU betaalt voor de koffie een eerste betaling, zoals overeengekomen op de jaarvergadering. Bij een eventuele winst komt deze door middel van een tweede betaling ten goede aan de boer. Voor het eerst in twintig jaar ontvingen de boeren over de oogst van 1991, mede dankzij afname van de Fair Trade Organisatie, zo'n tweede betaling. In 1992 ging het de boeren door dalende koffieprijzen minder voor de wind. De prijzen voor Robusta-koffie daalden daarbij nog sterker dan de prijzen voor Arabica-koffie. BKCU beschikte over te weinig kapitaal om de boeren bij levering van koffiebessen direct uit te betalen. Voorfinanciering door de Fair Trade Organisatie was in die tijd overigens nog niet mogelijk: de Ugandese regering stond dit niet toe. Bovendien is maar een beperkt deel van de koffie bestemd voor export naar de Fair Trade Organisatie. Boeren in geldnood werden genoodzaakt hun oogst aan particuliere opkopers te verkopen. Zij kunnen namelijk wel meteen uitbetalen, hoewel tegen aanzienlijk lagere prijzen. Van belang is dus dat BKCU een kapitaalfonds opbouwt waarmee het in staat is de boeren in tijden van lage koffieprijzen te blijven uitbetalen.

De koffieboeren/-boerinnen. De boerenfamilies leven op het platteland. Veel voorzieningen zoals openbaar vervoer en ziekenhuizen ontbreken. De levensstandaard is laag en het geboortecijfer en de kindersterfte zijn hoog.

Naast koffie verbouwen de gezinnen bananen, maïs, bonen, aardappelen en cassave op hun veldjes. Door de kleinschalige verbouw en door geldgebrek blijven bestrijdingsmiddelen achterwege. Het land wordt bemest met groente-afval en bladeren van fruitbomen. Vrouwen nemen een groot deel van het werk voor hun rekening. Zij onderhouden het veld, plukken en drogen de koffiebessen en voeren alle taken van het huishouden uit. Het gezinshoofd brengt als eigenaar van de shamba de koffie naar een van de opslagplaatsen en neemt het geld in ontvangst. Vrouwen hebben vaak geen eigen inkomen, ondanks het zware werk dat ze moeten verrichten. BKCU werkt er aan om deze scheef getrokken verhouding te verbeteren (zie onder 4).

De fabrieksarbeiders. Produktiemedewerkers in de koffieverwerkende industrie verdienen iets meer dan het officiële minimumloon. De meeste mensen in Uganda leven in de eerste plaats van het land: op een klein stukje grond worden gewassen voor eigen gebruik verbouwd. Als aanvulling daarop proberen ze nog wat bij te verdienen, bijvoorbeeld in de koffieverwerking.

De koffie. Bij BKCU worden de bonen verwerkt volgens de droge methode. Hierbij wordt de koffiebes na de pluk direct in de zon te drogen gelegd. Daarna wordt in de fabriek de groene boon rechtstreeks uit de koffiebes gehaald. Deze methode is minder bewerkelijk dan de natte.

Na het plukken van de koffiebessen en het drogen op grote matten, leveren de coöperatieleden deze in bij een van de zes opslagplaatsen van de unie. Het transport van de koffie naar de fabriek gebeurt per vrachtwagen. BKCU heeft hiervoor twintig vrachtwagens ter beschikking. In het seizoen 1991-1992 werd 10 miljoen kilo gedroogde koffiebessen in de fabrieken verwerkt. Na alle bewerkingen selecteert men de koffiebonen op grootte. De beste kwaliteit is bestemd voor de export. Een fabriek kan per dag dertig ton koffie verwerken. De koffie wordt verpakt in zakken van zestig kilo en uiteindelijk vervoerd naar Mombassa. Per container (300 zakken koffie) verlaat de koffie de haven op weg naar de afnemer.

4 Mannen en vrouwen

Het zijn vooral mannen die bij de coöperaties staan ingeschreven; slechts tien procent van de aangesloten leden is vrouw. In de landbouw van het Afrika beneden de Sahara verrichten de vrouwen zeker tachtig procent van het werk. Zo ook in Uganda. Op de eerste plaats zorgen ze voor de shamba's rond het 'home'. Daar groeit vooral hun eigen voedsel: maïs, gierst, bananen of koolsoorten. Eventuele overschotten verhandelen ze, samen met wat handnijverheid, op de lokale markt. Maar vrouwen werken ook intensief mee met het verbouwen van handelsgewassen, tenminste in regio's -zoals in Uganda- waar geen sprake is van grootschalige plantage-landbouw. Samen met de kinderen zaaien, wieden en oogsten ze. Vooral de koffiepluk is een zeer tijdrovende bezigheid.

Eenmaal geplukt, gaan de koffiebessen naar de coöperatie. En dat nu is weer mannenwerk. De mannen innen dus ook de centen. En de meesten geven hiervan thuis weinig of niets af. Economisch gezien zijn vrouwen in Uganda tweederangs burgers.

De BKCU stelde in 1991 als eerste unie in Uganda een medewerkster aan die zich specifiek bezighoudt met het betrekken van vrouwen bij verschillende economische activiteiten.

De voornaamste taak van BKCU-vrouwenwerker Laura Kentwiga Ndahura is het stimuleren van bewustwordingsprocessen onder de vrouwen. Ze bezoekt de dorpen, plukt mee op de shamba's en gaat met de vrouwen naar de markt. Ondertussen praat ze met de vrouwen en geeft ze aan hoe vrouwen zich kunnen organiseren om samen aan hun toekomst te bouwen. Vrouwen zien stap voor stap nieuwe mogelijkheden voor zichzelf om op termijn financieel onafhankelijk te worden van de mannen. Zo leren ze nieuwe handvaardigheden, zodat ze met de verkoop van hun werk zoals matten, manden en naaiwerk zelf wat extra's verdienen. Laura Kentwiga Ndahura en de BKCU stimuleren vrouwen bovendien om zich bij de coöperatie aan te sluiten en enkele verantwoordelijke posten op zich te nemen.

Bewustwordingswerk is een kwestie van lange adem; rolpatronen liggen nu eenmaal diep verankerd in de cultuur. Toch zijn de reacties van mannen in verscheidene dorpen bemoedigend. Een aantal mannen stimuleert hun echtgenotes om aan vrouwenactiviteiten mee te doen. Laura zal nog heel veel overtuigingskracht nodig hebben, maar ze weet zich volledig gesteund door de BKCU.

Terug naar projecten
Terug naar producten